CloClo

10 augustus 2014. Ik rijd door de bergen maar kan amper iets zien door de tranen die uit mijn ogen gutsen. Sinds ik die ochtend mijn ogen opende, herbeleef ik 10 augustus, een jaar geleden, van minuut tot minuut.  Hij zou die dag sterven. De liefste, de slimste en meest gevoelige man die ik ooit heb gekend. De enige man die ooit met een mengeling van vreugde en tranen in zijn ogen naar me had gekeken, omdat hij me zo perfect vond.

Een jaar later, op die dag dat mijn vader het leven op aarde inruilde voor de eeuwige jachtvelden ben ik op weg naar een vakantiewoning die ik moet schoonmaken en alles in mij verzet zich tegen deze onnozele opdracht op een dag die ik gevuld wil zien met rituelen, met hem herdenken samen met alle mensen die die dag even hard huilen als ikzelf.

Net als ik over een bergkam rijd, belt mijn zus en ik zet de auto aan de kant en stap uit. Omdat we enkel wat piepende geluiden uit onze kelen weten te persen, luisteren we naar elkaars tranen die zich via een onzichtbaar netwerk naar elkaar toebewegen en versmelten.

Een grote roofvogel vliegt rakelings langs me heen en ik hik: ‘er vliegt hier een grote vogel bijna tegen me aan, zou dat papa zijn?’

‘Huh?’ zegt m’n zus, ‘dat weet ik niet, misschien wel. Het is in ieder geval een mooi symbool.’

Als ik verder rijd, is dat gevoel van nabijheid weer even snel verdwenen als de roofvogel zelf. En de verdrietige brombeer steekt weer de kop op en alle vogels die naar je toe vliegen, vlinders die op je hoofd komen zitten, wolken in de vorm van een hartje, of vallende sterren kunnen me gestolen worden. ‘Wat ben ik daar in hemelsnaam mee?’ Ik zou me liever languit op de grond werpen en trappelen zoals een kind van twee dat geen snoep krijgt in de supermarkt.

Want het enige wat ik wil is zijn bulderende lach nog een keer horen. Zijn geur opsnuiven als hij me in zijn armen opsluit. Zijn ogen zien vollopen als hij naar één van mijn wilde verhalen luistert, met een blik vol liefde en verwondering.

In de laatste weken, als hij bijna het bed niet meer uit kan, kruip ik bij papa en kijken we samen naar CloClo. Wanneer Reinhilde ons twee mimosa’s op bed brengt, zegt ze: ‘toch niet opnieuw die film?’ Maar het kwaad is al geschied en we zingen luidkeels samen in bed ‘I did it my way’, terwijl we lachen met onze gedeelde ‘guilty pleasure’ en huilen, want ’the end is near and papa faces the final curtain’.

Jaren gaan voorbij. Het ene jaar is 10 augustus een dag waarop ik vol levenslust en met plezier aan hem denk. Dit jaar is het een dag vol weemoed en gemis.

Ik volg de contouren van de tattoo op mijn onderarm. Een leeg boek. Omdat hij, voordat hij zijn spraak verloor, me diep in de ogen keek en zei: ‘Dochter van me, nooit stoppen met schrijven, want dat doe je zo ongelooflijk goed.’ Dus vandaag eer ik hem met dit schrijfsel. En met zo waarachtig mogelijk te leven. En hoop ik op een roofvogel die me rakelings voorbij vliegt.

Reacties

2 reacties op “CloClo”

  1. Helke Lauwaert avatar
    Helke Lauwaert

    Diep ontroerd over je schrijven over Dirk, jouw papa, mijn liefste broer. Ik denk aan mijn kindertijd met hem en mijn jeugd met hem en koester die herinneringen. En ik denk aan de dag voor hij uit het leven stapte en ik bij hem was. Het verdriet van toen overvalt me telkens opnieuw en ook vandaag denk ik aan hem en kan ik mijn tranen niet inhouden bij het lezen van jouw woorden. Dank je, lieve Swaane!!!

  2. Beatrijs Lauwaert avatar
    Beatrijs Lauwaert

    Grote schat, c’est parfait, tout, je beeldende woorden, je dierbaarste herinneringen, Dirk’s liefde die doorheen jou blijft stromen. Jazeker, blijf schrijven, het talent van je beide ouders in jouw verbonden.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Site by Pharéo | Hosted on The Permanently Moving Network