Mijn god, wat een bevalling is deze blog geweest. Maanden in mijn hoofd rondgezworven en nu op papier. Bewogen maanden in een vorm proberen gieten.
Ooit zei iemand me: ‘na een jaar of twee, drie val je van je roze wolk…’
We hadden het niet over onze relaties maar over het emigreren. Ik, die toen nog volledig op mijn roze wolk vertoefde, kon me daar niets bij voorstellen. Vandaag, bijna drie jaar verder, stel ik toch wel wat barstjes vast in mijn utopisch beeld.
En misschien ligt het wel aan de lange winter? De koude, de korte dagen, de duisternis? Omdat het nu zo rustig en stil is in het dorp? Omdat er heel wat vrienden vertrokken zijn? Of omdat onze relatie wat onder druk heeft gestaan? Misschien omdat de Kerstmarkt ons niets heeft opgeleverd? Omdat geld verdienen zo verdomd moeilijk is en zonder geld, geen huis en geen brood op de plank? De bouwwerf die er akelig stil bijligt. Of omdat ik een rusteloze ziel heb die soms moeilijk van “het moment” kan genieten? Who will tell…
Dit kleine dorp dat ooit voor mij het paradijs op aarde was, beter kon het bijna niet worden, heeft meer reliëf en realiteit gekregen. Vroeger vond ik dat iedereen hier zo lief, open en hartelijk was. Maar stilaan ontwaar ik nog een andere kant. Mensen die ons, buitenlanders, niet zo goed gezind zijn en die we niet snel zullen ontmoeten.
Grosso modo tekenen er zich drie lijnen af onder de plaatselijke bevolking:
De echte Ardèchois of de ‘anciens’. De boeren die hier al generaties wonen. Grote families met statige namen zoals Desbos, Forot, Barralon. Sommigen zijn ‘open minded’ en zijn blij met ‘nieuw bloed’. Anderen willen dan weer niets met jou te maken hebben, jij ‘die vreemdeling’.
Dan zijn er de ‘baba cools’of hippies. Sinds de jaren zestig is er een grote instroom van mensen die anders en alternatiever willen leven. Gezond biologisch voedsel (de Ardèche was een voorloper in Frankrijk en Europa wat biologische agricultuur betreft), zelfvoorzienend leven, met niet teveel inmenging van de staat en met zo weinig mogelijk kapitalistische druk. Nog steeds trekt deze streek jonge mensen aan die zich in communes vestigen en in coöperatieven werken. Gebatikte T-shirts, regenboogtruien, dreadlocks, yourts en weed zijn hier dan ook schering en inslag.
En dan zijn er de ‘neo rurals’. Mensen zoals ons. Die een hectisch leven zijn ontvlucht, die back to basic willen maar toch ook niet alle comfort en luxe willen en kunnen opgeven. Die een moestuin romantisch vinden, regenlaarzen vol modder avontuurlijk en wildplassen bevrijdend. Maar die tegelijk ook een Ipad en facebook, een warm bad, een wasmachine en van tijd tot tijd een fles lekkere champagne nodig hebben.
En soms voelt ge u wat verloren. Wie zijt ge tussen al die mensen? Zijt ge eerder ‘de Swaane van Antwerpen’ of neigt ge meer naar ‘de Swaane van Nozières’? En in welke categorie valt ge dan juist? Want het is natuurlijk allemaal niet zo simpel, zoals ik hier de dingen in vakjes steek om grip te krijgen op mijn wereld.
Let op, ik vind het geweldig dat ge hier naar een feestje kunt in berg botinnen vol modder of in sandalen met zwarte voeten. Of gewoon zo, op blote voeten. Heerlijk ‘laid back’. En super toch dat er geen haan naar kraait als uw jas bevlekt is of er een gat in uw T-shirt zit waar uw weelderig tierend okselhaar doorpriemt? Niemand draagt hier make up en uw haar in een staartje is gewoon handig. Punt aan de lijn. En douchen? Teveel is niet goed voor de huid en daarbij, water is kostbaar én duur dus 1x per week is ruimschoots voldoende. En dat is heel wat getouwtrek aan de jongens minder. Win-win-win situatie toch?!
Maar eerlijk is eerlijk. Er zit ook een vrouw in mij die zich graag opdirkt. Die graag oncomfortabel en kriebelend maar och zo sexy lingerie aantrekt. Die graag uitgebreid in bad gaat met een kleimasker en een geurend sopje. Die naar de kapper gaan een vorm van therapie vindt. Die zich frisser voelt met een laagje make up. Die graag jurkjes draagt en die zich letterlijk ettelijke centimeters voelt groeien als ze op hoge hakken ronddartelt. In stijl gaan eten, wat sippen aan de nieuwste hippe cocktail van ‘t moment, sorry maar dat blijft echt genieten.
En biologisch voedsel staat hoog op mijn prioriteitenlijst maar soms krijgt het beperkte budget de bovenhand. En wat zou ik graag de seizoenen volgen maar ik kan een tomaat en een krop sla zolang niet missen. En sorry hoor, maar als we met de kinderen eens in de zoveel tijd afdalen naar de grote stad dan rijden wij langs de Quick. Een moestuin is geweldig maar echt belachelijk veel werk. Soms is het zoveel praktischer om een aubergine uit de supermarkt mee te grissen dan maanden te wachten tot er misschien eentje uit mijn graantjes verschijnt. Vorig jaar had ik eigenlijk enkel tomaten, het jaar daarvoor enkel courgetten. Met andere woorden: van groene vingers is er hier nog geen sprake, laat staan van zelfvoorzienend leven.
En ik vind het heel sfeervol als mensen op een feestje spontaan hun instrumenten boven halen, er allerlei folkloristische deuntjes de avond opfleuren en ge in een kring uw volksdanspasjes tentoonspreidt. Maar ik kan er even hard van genieten om thuis met Bert de eighties hits door de living te laten schallen, wij luidkeels meebrullend, mét pruik op én met foute moves. En uiteraard op de achtergrond drie kinderen met vingers in de oren en rollende ogen.
En ik mis mijn dierbaren. Sinds het vertrek van enkele zeer goede vrienden is er toch een leegte. En veel duidelijker dan voorheen mis ik nu de nabijheid van mensen die ik goed ken en liefheb en die mij goed kennen en liefhebben. Ik heb in het verleden veel rondgereisd en heb ook een jaar in Australië gewoond dus ik ben het wel gewoon van lange tijd afgesneden te zijn van alles wat me vertrouwd is, maar toch. Het zit in de kleine dingen. De tater-lunchkes met vriendinnen, met vrienden stevig doorzakken in de Moeskop, knuffelen met Marius en Billie die groeien als kolen, tijd doorbrengen met ons mama die een jaartje ouder wordt, de peptalk, het schaterlachen, het samen genieten. Ook het bruisende stadsleven met zijn vele kleuren en onuitputtelijke energie kan een bron van gemis zijn.
Ijverig probeer ik ook hier vriendschappen op te bouwen. Een Franse versie van Hyacint Bucket indachtig ontsnapt niemand aan mijn ‘dinner invitations’! Maar het is niets nieuws als ik zeg dat een vriendschap moet groeien en dat dat tijd in beslag neemt. Ook is de keuze hier beperkt en vormen taal en cultuur een barrière. Ik voel me dikwijls gehandicapt omdat ik me niet kan uitdrukken zoals ik zou willen. Zo belemmerd. Onzichtbaar. Alsof er een stuk van mijn persoonlijkheid is afgesneden. Alsof er een deel van mezelf hier niet bestaat. Soms voel ik me dom en beschaamd. Wanneer mensen op me neerkijken omdat ik fouten maak. Of nog erger: als mensen op de markt van me weglopen als ze horen aan mijn accent dat ik ‘niet van hier ben’. Zeer vernederend is dat.
Doe daar dan nog een klets financiële stress bovenop en ge weet waarom dit niet zo’n vrolijke blog is. Maar eerlijk is hij wel.
Mijn jongste zus, die zelf al jaren in het buitenland woont, zei me voor mijn vertrek: ‘Eenmaal je naar een ander land verhuist zal je altijd tussen twee werelden blijven hangen. Nooit helemaal thuis in het nieuwe land. Maar vanaf dan ook een vreemde in het thuisland.’ Ontheemd. Ontworteld.
En ik weet het, ik mag niet zagen en klagen. Per slot van rekening heb ik er zelf voor gekozen om naar hier te komen en om afstand te doen van twee goed draaiende horeca zaken, een groot huis, een au pair en god mag weten wat nog allemaal. Ik voel me schuldig als ik denk aan al die mensen die het moeilijk hebben en daar zelf niet voor gekozen hebben. Maar ik ga geen blog bijhouden om alleen maar mooie verhaaltjes te vertellen. Dit is mijn leven zoals het nu is.
En dat de lente nu maar snel begint…


Een reactie achterlaten op astrid Reactie annuleren