Het jaar 2013 was een jaar dat we heel wat mokerslagen te verwerken kregen. Op hetzelfde moment dat we hier in Frankrijk een nieuw leven opbouwden leek het wel of alles in België afbrokkelde. Het jaar 2014 kan dus niet veel slechter, dat lijkt me een hele geruststelling.
Ik begon het jaar goed met het voornemen om definitief te stoppen met roken in navolging van Bert die al meer dan een maand zonder peukies leeft. Dat geweldige voornemen werd al op dag twee geschonden maar dat kwam dan weer door overvloedig alcoholgebruik dus dan maar meteen beslist om daar ook wat paal en perk te stellen. Want in een jaar vol tranen wordt een wijntje een heerlijke troostmakker. En dat zou dan toch ook een gunstige invloed moeten hebben op de lichaamsvormen dus qua clichés kunnen deze voornemens wel tellen.
En ik wil ons huis bouwen. In een eigen nest kunnen kruipen. Een zelfgemaakt huis, gebouwd met je eigen handen, lijkt me heerlijk. De spanning van het ‘kampenbouwen’ als kind maar dan nu ietsje groter. Hopelijk met zeer veel helpende handen zodat er van vele mensen een stukje mee in de muren kruipt. Want wat ik ook heb ontdekt tussen al die miserie is dat we een geweldige groep vrienden hebben en dat we vanuit zoveel onverwachtse hoeken hulp aangeboden kregen. Allemaal lichtjes in duistere tijden. En papa en Jozef als beschermers in de buitenmuur. Voor eeuwig genietend van het mooiste uitzicht ter wereld.
Maar een huis bouwen, ook al doe je het zelf, kost geld. En met al die tegenslagen, dat heen en weer gereis, rekeningen die betaald moesten worden, zagen we ons huis met de minuut een vierkante meter kleiner worden. Dus nu moet er gewerkt worden. Brood op de plank en strobalen in het huis. We moeten tijd en ruimte krijgen om iets uit te bouwen. Mijn hoofd suist van de ideeën. In deze geïsoleerde en arme streek zal dit één van de grootste uitdagingen worden maar ik ben hoopvol. En mensen die me kennen weten dat ik wel van een uitdaging houd.
En ik ontmoet papa zo dikwijls in mijn dromen maar verjaag hem met al mijn tranen en smeekbedes om te blijven. Ik snik mezelf wakker. Hij bestaat echt in die andere wereld. Daar is hij nog. Levensecht. Ik neem me voor om de volgende keer geen tranen te laten en met hem te praten en wie weet zelfs wat te lachen. Ooit zal ik gewoon naar hem toe kunnen wandelen en praten we bij op een bankje. Zij aan zij. Handen in elkaar. Hij die me glimlachend aankijkt. En ik die van alles vertel.
En het jaar is nog maar pas begonnen of het nieuws van kersverse baby’s in aantocht slaat ons om de oren. Twee van hen zijn nu al mirakeltjes. En ik ben er zeker van dat papa daar voor iets tussen zit. Ik ga deze baby’s knuffelen en besnuffelen en hen diep in de oogjes kijken om de geheime boodschap die ze met zich meedragen te ontcijferen.
En dan is er nog dat boek. Hoofdstuk zeven. Schrijven is heerlijk maar ik heb me nog nooit zo klein en onzeker gevoeld bij elk lettertje op zo’n groot wit vel. Ik heb nog nooit zoveel aan zelfkastijding gedaan als nu. Het is de grootste berg ooit die ik beklommen heb. Soms wil ik opgeven en terug naar beneden gaan. Daarom een kleine onuitwisbare reminder voor mezelf, voor papa en voor alle mensen die soms verloren lopen op uitgestrekte blanco pagina’s.
‘A prayer for the wild at heart, kept in cages.’








Een reactie achterlaten op Pamela Reactie annuleren