Het kan niet altijd rozengeur en manenschijn zijn wat de klok slaat. Ook niet bij ons. De laatste dagen zitten er meer grijze wolken in mijn hoofd dan dat er buiten, beneden in het dal, hangen.
Ik voel me dan ook al een tijdje niet zo goed. Zo’n stomme verkoudheid die maar niet over wilt gaan en al je energie opslorpt.
De temperaturen hebben hier ook een fikse duik genomen en we verwachten elk moment sneeuw. Ziekte en koude is geen leuke combinatie.
Het slechte nieuws van het thuisfront plakt aan mijn lijf en sluimert in mijn hoofd. Twee letterlijk doodzieke papa’s is niet altijd zo makkelijk te dragen. Er steekt toch geregeld een klein stemmetje van schuldgevoel op dat je zo ver weg zit. En we zwijgen maar over de fatalistische doembeelden.
En dan zijn er banken die maar niet meewillen voor een lening. Bert die tijdelijk werkt in een restaurantkeuken en ondervindt wat het is om een onderbetaalde buitenlander te zijn die niet echt serieus genomen wordt. Ik die als eerste job moet gaan kuisen bij mensen en zich, al toiletpot schrobbend, afvraagt of ze ooit nog iets leuks zal kunnen doen. Vertalingen die maar niet opschieten en al het werk vertragen etc etc
U ziet: ook in de meest paradijselijke settings kan een mens veranderen in een zeurkous met heel wat zelfmedelijden…
Maar het is natuurlijk niet allemaal kommer en kwel. Ons mama, ‘Oma-Thomas’, is op bezoek geweest en dat was een heerlijk weerzien.
Zo heeft trouwens elke grootouder van de kinderen een bijnaam heeft gekregen om het overzicht te bewaren: je hebt Oma-Thomas, Oma-Annie, Opa-dierentuin en Opa-Brussel. En niet te vergeten Super-oma, de overgrootmoeder.
Beladen met kadootjes, spulletjes en lekkers, meegebracht vanop haar continue trektocht over deze wereldbol, blijft ze tot ieders verbeelding spreken. Misschien wil ze wel niet dat ik er iets van zeg maar morgen wordt ze 70 jaar! De zusjes en ik konden het zelf amper geloven. Ja je kan alleen maar dromen dat je zo gezwind oud mag worden!
Gust maakte alvast voor deze gelegenheid een tekening met allemaal ‘één-oogjes’. Hij houdt zijn pennetjes altijd zo fijn vast tussen wijsvinger en duim en maakt sierlijke kronkeltjes. Helemaal niet het grove vuistjes tekenen van een tweejarige. Ik zit daar altijd naar te kijken want het is zo’n contrast met zijn anders nogal bruut geweld. Zoals hij vuistslagen uitdeelt aan zijn broers of zich met volle gewicht op hen werpt bij het ravotten, doet Bert en mij telkens weer besluiten dat hij een echt ‘Jeromeke’ is. Maar tekenen doet hij als een verfijnde graficus.
Fons begint zich zo thuis te voelen in de natuur dat hij zelfs in het donker met een pillamp buiten gaat spelen. Brrrr zelfs iets dat ik nog veel te spannend vind hier in de bossen.
Ook Jules krijg je in het donker met geen stokslagen meer buiten maar dat is omdat zijn verbeeldingswereld nog zo groot is. Zo ziet hij overdag overal sporen van wolven. Grote stukken schors weg? Afgeknakte takken? Een grote stront? ‘Zie je wel, ik zei je toch dat het hier vol wolven zit!’





Een reactie achterlaten op ysabje Reactie annuleren