De wanhoop is van haar gezicht af te lezen. De mist van onmacht nog zichtbaar in haar ogen. “Ik zit vast,” zegt ze, terwijl ze behoedzaam op de rand van de stoel gaat zitten. “Ik wil een andere baan, ik wil verhuizen, ik wil álles anders, maar zodra ik een stap zet, trekt mijn lijf aan de handrem. Ik bevries gewoon. Ik ben zo gefrustreerd en boos op mezelf. Waarom lukt het me niet? Waarom ben ik zo’n zwak persoon!” schreeuwt ze uit.
Het is het klassieke verhaal van de ‘loop’. Je hoofd heeft een prachtig plan, maar je zenuwstelsel weigert de updates te installeren. Neurologisch gezien is er een kortsluiting. Haar lichaam reageert niet op de realiteit van nu, maar op een oude code die ergens diep in haar fundament is opgeslagen.
“Laten we stoppen met het ‘waarom’ en kijken naar het ‘wie’,” stel ik voor. Ik nodig haar uit haar ogen te sluiten. “Die bevriezing, die onmacht… als dat een vorm zou hebben, een kleur, wat zie je dan?”
Het duurt even. “Niet te lang nadenken” zeg ik, “het eerste wat je getoond wordt volgen.”
“Een grijze, dikke mist,” fluistert ze. “Het is koud. Ik voel me vastgevroren aan de grond.”
Ik laat haar die mist buiten haar lichaam plaatsen, op een veilige afstand. En dan vraag ik: “Hoe oud voelt de energie achter die mist? Is daar een jongere versie van jou die zich zo voelt?”
Het antwoord komt direct, zonder nadenken. “Zes jaar. En ze is doodsbang om een fout te maken. Als ze beweegt, gaat het mis.”
Daar is ze. Haar innerlijke kind dat de regie over het zenuwstelsel heeft overgenomen. Voor een kind van zes is een grote verandering – een nieuwe baan, een verhuizing – geen avontuur, maar een existentiële dreiging. De bevriezing is haar overlevingsstrategie. We luisteren samen naar dat kind, naar het verhaal dat gehoord wilt worden.
“We gaan haar niet alleen laten in die mist,” zeg ik zacht. “Welk krachtig symbool, welk mythisch figuur kan dit kind van zes jaar, nu de bescherming bieden die ze toen miste?”
Ze is even stil. Dan ontspant haar gezicht. “Een enorme, goudkleurige leeuw. Hij gaat voor haar staan, tussen haar en de mist in. Zijn vacht is warm en hij likt aan haar gezicht,” En ze gniffelt als een klein meisje dat gekitteld wordt.
Ik zie haar ademhaling zakken van haar borst naar haar buik. Haar schouders, die net nog tegen haar oren geplakt zaten, dalen. Dit is geen fantasie; dit is neurobiologie in actie. Door de leeuw als symbool te introduceren, krijgt haar onbewuste het signaal dat de veiligheid is hersteld. Haar zenuwstelsel gaat van code ‘rood’ naar code ‘veilig’.
“Voel de warmte van de leeuw in je lijf,” geef ik mee. “De volwassene in jou mag die baan zoeken en die koffers pakken, terwijl de leeuw de wacht houdt bij het kind dat bang is om te bewegen.”
Wanneer ze haar ogen opent, is de blik anders. En nee, dit is geen quick-fix, de ‘loop’ is niet weg, maar het fundament is verstevigd. Soms hebben we geen logische verklaring nodig, maar een mythische beschermer om onze oude neurale paden te herschrijven. Want in de wereld van het onbewuste is een gouden leeuw vaak veel krachtiger dan een goed doordacht actieplan.
Als ze vertrokken is drink ik beneden een tas thee. ‘Hoe wonderbaarlijk is ons lichaam niet, dat als een teletijdmachine kan fungeren en ons toelaat om naast ons kleine zelf te gaan staan en de krassen op onze ziel uit het verleden weer te herstellen en waardoor we tegelijk ook de toekomst kunnen veranderen,’ mijmer ik. En ik herinner me plots hoe ik me als klein meisje, wanneer er thuis ruzie was, in een wereld dook waarin ik een machtige prinses was met een wit, zijden gedrapeerd gewaad, ik zat dan ook op de Steinerschool en kende toen nog geen Disneyprinsessen, en ik enkele leeuwen aan mijn voeten had liggen. Die ik kon aaien en commanderen maar die iedereen met slechte bedoelingen in duizend stukjes verscheurden. Zo ongenaakbaar was ik. En ik laat dat krachtige gevoel van toen me helemaal overspoelen.
Blijkbaar was ik even helemaal uitgezoomd want ik verschiet zo hard als zoonlief naast me opduikt dat ik enorm gil en de tas met thee bijna uit mijn handen laat glippen. “Jezus mama” zegt hij en lacht zich een deuk. “Heb jij me niet gehoord dan?” Ik leg uit dat ik weer even een vijf jaar oud prinsesje was in een wit gewaad met een stel leeuwen die mij met hun leven beschermden. En ik wil vertellen over vroeger maar hij onderbreekt me: “Volgens mij heb jij te veel drugs genomen als je jong was.” En vervolgens: “Je hebt nu ook wel een kattenleger maar of die twee bejaarde poezen en Belle met haar halve poten je gaan beschermen? Keep on dreaming moeder!” En hij loopt al lachend de trap weer op. En ik beeld me in dat ik zo’n hyperactieve manga-krijgster ben die met een schild al die sarcastische opmerkingen van mijn tieners afweert. En als ik toch geraakt zou worden ik in ‘back tot the future’ stijl die krassen op mijn ziel met een teletijdmachine weer kan ongedaan maken.
Tja, misschien heb ik wel teveel drugs genomen toen ik jong was…

Een reactie achterlaten